Het volgende verhaal is waar gebeurd. Komt een patiënt met pijn op de borst bij de huisarts. De huisarts wil de patiënt doorverwijzen voor een hartfilmpje naar de cardioloog. Legt de patiënt zijn eigen mobieltje op zijn borst. Verschijnt het hartfilmpje op het scherm. Hij heeft daarvoor een App geïnstalleerd op zijn I-phone. Vraagt de patiënt aan de huisarts om direct een diagnose te stellen. De huisarts weigert. Hij vertrouwt de App niet als diagnostische hulpmiddel. Want het heeft geen CE-keurmerk op grond van de wet op de medische hulpmiddelen die sinds 1970 bestaat. Deze wet gaat vooral over apparatuur en devices. Zie vereist toetsing van de apparatuur op veiligheid en gebruiksgemak.. Ook app’s vallen eronder voorzover ze gebruikt worden als diagnostisch of therapeutisch hulpmiddel. De afdeling juridische zaken van de KNMG ondersteunt het besluit van de huisarts. Deze casus brachten de juristen Sjaak Nauwt en Erik Vollebregt in tijdens hun lezing over juridische waarborgen voor medische apps. Zij deden dat tijdens het congres Apps4Health, dat het bedrijf Medical Phit organiseerde op 20 juni in congrescentrum Corpus in Leiden. Ondergetekende gaf voorafgaande aan deze sprekers een lezing onder de titel: Apps, wat hebben wij eraan? Ik pleitte voor meer wetenschappelijk onderzoek voorafgaande aan toepassing van apps. Nauwt en Vollebregt gaven mij juridische steun. Een voorbeeld van een app die niet onder de Wet op de Medische Hulpverlening valt, is de volgende. Een patiënt is op vakantie en heeft acute kiespijn. Hij fotografeert de straat in de vreemde stad waar hij verblijft. De I-phone toont eerst even de foto en daarna het adres van de dichtstbijzijnde tandarts. Wil je mijn eigen PPP ontvangen? Stuur dan een mail naar mijnsecretaresse Annet Esser op A.F.Esser@umcutrecht.nl
Auteur: Guus Schrijvers Hoogleraar Public health >JB

















